Spreker: Team Okly
Gedicht Kleine trol en grote reusGedicht Kleine trol en grote reus
Een kleine trol met een dikke neus, ging op pad met zijn grote vriend de reus. Omdat ze nog niet hadden gegeten, hadden ze tijdens de wandeling honger gekregen. De trol stond op te scheppen dat ze meer aan zijn dikke neus hadden, dan aan de reus met zijn grote stappen. Hij moest en zou zijn grote neus gebruiken en besloot op de schouder van zijn vriend te gaan zitten om nog beter te kunnen ruiken. Hoog in de lucht ving de trol een zoete lucht op. Hij wees zijn vriend de weg, helemaal bovenaan een hoge bergtop. De wind waaide er hard en hierdoor raakte de trol helemaal verward. De reus kon aan niets anders meer denken dan aan lekker eten en vooral tomaten. En de trol dacht; "Hoe kan mijn neus me toch in de steek hebben gelaten?" De reus keek naar de trol en dacht; "Jij kleine wijsneus, kom eens dichterbij. Nu ben je helemaal van mij!" En toen de reus een hap van de trol wilde nemen, gaf de trol hem gauw een trap. En rolden ze beiden de berg af naar beneden. Aan de voet van de berg zat een dwerg vers brood te bakken en zei; "Jullie hebben vast honger, ik zal wat brood voor jullie inpakken." De reus gaf zijn vriend een dikke kus en had alweer enorme spijt. En de trol dacht; "Oef, dat was net op tijd!"




